Tips voor geveltuinen

De aanleg
  • Meld je voornemen voor het maken van een geveltuin bij de gemeente. Misschien zijn er bezwaren van praktische aard waardoor een geveltuin voor je huis niet mogelijk is. Is dat het geval, dan kan je natuurlijk ook aan de slag met grote containers (denk aan cementkuipen, emmers, grote bloempotten).
  • Overleg met de buren over de geveltuin. Misschien hebben zij ook wel goede ideeën zodat er een nog mooiere geveltuin ontstaat.
  • Zorg dat er voldoende ruimte overblijft op de stoep, zodat rolstoelen, kinderwagens en rollators nog ruim baan hebben. Houd minimaal 1.20 m (=4 stoeptegels) loopruimte over.
  • Licht een rij stoeptegels en schep het zand tot op ca. 40 cm diepte weg.
  • Zet de uitgenomen stoeptegels rechtovereind, zodat een opstaande rand ontstaat waarmee de tegels op hun plaats gehouden worden. Hiermee krijg je ook meer diepte om tuingrond in te storten.
  • Meng het uitgegraven zand (in een kruiwagen als je die hebt) met bemeste tuinaarde (verhouding 1:4).
  • Vul het gat met dit mengsel, maar blijf wel een paar centimeter onder de rand, anders loopt het gietwater de stoep op.
  • Maak de tuingrond voor het beplanten goed vochtig.
  • Als er ruimte genoeg is, zou je een regenton kunnen plaatsen. Gebruik van regenwater spaart het milieu.

Onderhoud

  • Langs een gevel is het relatief droog. Kies planten die wat droogte kunnen verdragen, en geef bij langdurige droogte op tijd water.
  • Regelmatig weghalen van dode bloemen bevordert de groei.
  • Met mate bemesten kan zorgen voor een langere bloeitijd.