duurzaam tuinieren, vogels in de tuin

Vuurdoorn is vogeltrekker

vuurdoorn

Loop ik langs de vuurdoorn die tegen de gevel van de buren groeit, dan is de kans groot dat daar een merel en een koppel huismussen  tegelijkertijd uittuimelen.
Ondanks de terugloop van het mussenbestand in Nederland, lijkt het er bij ons de laatste jaren op dat er steeds meer huismussen komen. De vuurdoorndichtheid in mijn buurt is daar mede debet aan.
In een woonwijk in een stedelijke omgeving is het belangrijk dat mussen schuilplaatsen kunnen vinden. De vuurdoorn (Pyracantha coccinea) is zo’n plant waarin de huismus ’s zomers kan broeden en ’s winters als het kouder wordt ’s nachts kan rusten. De doorns maken de struik ondoordringbaar voor katten. Ook belangrijk in de stad, waar katten de ontwikkeling van een gezonde mussenpopulatie danig kunnen verstoren.
De vuurdoorn doet ouderwets aan en dat klopt ook wel. Het is een struik die al heel lang in cultuur is. En dat is niet zonder reden. Het is een mooie wintergroene struik met scherpe doorns op de takken.
De scherpe doorns maken de vuurdoorn ook bijzonder geschikt als ondoordringbare heg  Maar meestal wordt vuurdoorn tegen een muur geplant, hetzij vrij groeiend of in leivorm. De struik kan dan twee tot drie meter hoog worden. Een voedzame, humusrijke grond is nodig voor een goede groei en mooi donker glimmend blad.

In mei – juni bloeit de vuurdoorn met een lading crèmewitte bloemen. In het najaar tot de eerste vorst hangt de struik vol met vruchten, die graag door vogels (ook door lijster, merel en spreeuw) worden gegeten

Als er ruimte voor is, misstaat ook in een moderne tuin de vuurdoorn niet. Zeker als je vogels in je tuin wilt lokken is het een struik die niet mag ontbreken.

 

Advertenties
december, duurzaam tuinieren, vogels in de tuin

Vogels in de tuin : wie eet wat?

Vogels voeren is zeker in de winter een dankbare taak. Vogels verbruiken veel energie en zijn bijna de hele dag in de weer om voedsel te verzamelen. Als de dagen kort en de nachten lang zijn, hebben ze daar minder tijd voor. ’s Ochtends rammelen ze dan ook van de honger.
Het is daarom goed ’s ochtendsvroeg al voer klaar te hebben staan.
Maar welke vogel eet nu eigenlijk wat? Hierna een overzicht (met dank aan de vogelbescherming).

Merel, kramsvogel, koperwiek, zanglijster en spreeuw
Brood – gewelde krenten of rozijnen – kaasresten (zonder korst) – (onbespoten) gesneden fruit – schillen en klokhuizen – alle soorten bessen – etensresten als gekookte rijst of aardappelen (zonder zout)
Deze vogels eten van een strooiplaats op de grond.

Koolmees, pimpelmees, zwarte mees en staartmees
Vetbollen – ongebrande pinda’s – gehalveerde kokosnoot – zaden – zonnepitten – pompoenpitten
Voeren op de voedertafel of in het voederhuisje, en ophangen in bomen of struiken.

Specht, boomklever en boomkruiper
Ongezoute pinda’s en noten – vetbollen – zonnepitten – kaas zonder korst – ongezouten pindakaas (aan een boom gesmeerd)
Op een rustige plek vastmaken aan een boomstam.

Huismus, ringmus, vink en groenling
Bruin brood – gemengd strooizaad – zonnepitten – etensresten (zonder zout)
Op de grond strooien of op een royale voedertafel.

Winterkoning, heggemus en roodborst
Meelwormen – broodkruimels – maden en larven – ongekookte havermout
Dit is een lastige groep vogels om te voeren. Het zijn kieskeurige en vaak schuwe insecteneters. Op de voedertafel komen ze niet graag. Zet het voer in schaaltjes onder heggen of struiken.

Vogel in je tuin pinterest.png