Nu voorjaarsbollen planten?

weersvoorspelling-half-december-jpg

Bloembollen plant je in september en oktober; in november op zijn laatst, en niet in december. Dat zal menig doorgewinterd tuinier je vertellen. Ik ben het daar niet mee eens. Het is een goed idee om nu nog voorjaarsbollen te planten. En wees er vooral niet zuinig mee, want van vroegbloeiende voorjaarsbollen kan je er niet genoeg hebben. Waarom dat zo is?

Allereerst kan je je met het uitpakken van de pakketten van voorjaarsbollen al vast verheugen op het vroege voorjaar; de tijd waarin je de planten uit de grond zou willen kijken, en nog niet zo heel veel in de tuin hoeft te doen. Het harde werken komt later wel.

Een andere reden om voorjaarsbollen te planten is het feit dat veel voorjaarsbollen vroeger bloeien dan veel andere tuinplanten. Denk maar aan de krokus (Crocus vernus), het sneeuwklokje (Galanthus nivalis), lenteklokje (Leucojum vernum) en de winterakoniet (Eranthis hyemalis). Deze bollen kunnen al in januari bloeien en gaan daar mee door tot in maart. Dit is ook de periode waarin de eerste hommelkoninginnen uit hun winterslaap ontwaken en hard aan wat stuifmeel toe zijn.

We weten allemaal dat het niet goed gaat met de honingbij. Maar ook wilde bijen, hommels en zweefvliegen hebben het niet gemakkelijk. Deze insecten hebben een belangrijke functie in de natuur en dus ook in je tuin. Ze zorgen niet alleen voor bestuiving, maar een aantal zorgen ook voor de bestrijding van ongedierte zoals bladluizen en witte vlieg.

Kortom allemaal redenen om nu nog voorjaarsbollen te planten. En voor het weer hoef je het niet te laten. Het gaat voorlopig niet vriezen (zie afbeelding). En mocht de vorst toch nog invallen, dan kan je zodra de grond weer te bewerken is alsnog je bollen planten.

krokus-pixabay

 

 

 

 

Advertenties

Blauwe regen : Snoeien doet bloeien

 

Blauwe regen _ nu snoeien, straks bloeien facebook.pngVraag je mij wat mijn favoriete klimmer is, dan kom ik al snel op de blauwe regen (Wisteria sinensis). Mooi blad, uitbundige bloei, in de mooiste kleuren blauw. Kortom onweerstaanbaar. Ik heb zelfs de kleur van mijn tuinschuur uitgekozen zodat de blauwe regen er extra mooi tegen uitkomt.

Het is weer tijd om de blauwe regen te lijf te gaan. Want zeker bij de blauwe regen geldt: Snoeien doet bloeien.

Als een blauwe regen net is aangeplant, moet je geduldig zijn. Het kan wel vijf jaar duren voordat hij echt uitbundig bloeit. Het geheim is hem regelmatig te snoeien. Laat je hem zijn gang gaan, dan maakt hij alleen maar veel blad en nauwelijks bloemen. Snoei de blauwe regen daarom twee keer per jaar. Een keer tussen januari en maart en de tweede keer na de eerste bloei. Je hebt dan kans dat hij in juli/augustus nog een keer bloeit. Wel niet zo uitgebreid als in mei, maar toch een leuke traktatie zo hartje zomer.

Om de bloei te bevorderen snoei je de zijscheuten van de Wisteria af op twee tot drie knoppen vanaf de hoofdtak. Zorg ervoor dat je de bloemknoppen niet afknipt. Het verschil is duidelijk te zien: de bladknoppen van de blauwe regen zijn lang en spits, de bloemknoppen zijn dik en bolrond en zitten dicht op elkaar.

Door regelmatig te snoeien zorg je ervoor dat de blauwe regen zijn energie steekt in dat wat echt belangrijk is aan deze plant: de bloemen.

 

Niet spitten, maar laten rusten

Spittende arbeiders (bron: fotocollectie Nederlandse Heidemaatschappij)

Spittende arbeiders (bron: fotocollectie Nederlandse Heidemaatschappij)

Spitten en tuinieren. Voor veel mensen zijn het bijna synoniemen. Maar gelukkig hoeft dat niet. Sterker nog: het is beter de natuur voor je te laten werken, in plaats van er tegenin te werken.
Dit is ook een van de principes van permacultuur.
Tijdens een excursie afgelopen september met Eetbaar Schiedam naar boerderij Landvreugd in Schiedam laat Huib Sneep zien hoe het ook kan. Huib vergelijkt de bodem met een flatgebouw. Een flatgebouw is opgebouwd in lagen, net als de bodem. In een flatgebouw kunnen ‘nette mensen’ wonen en ‘aso’s’. Zo is het in de bodem ook. Je hebt bacteriën en organismen die een goede bijdrage leven aan het bodemleven en ziekteverwekkende organismen. Zolang het bodemleven in evenwicht is, en er voldoende goede organismen zijn om de ziekteverwekkers weerstand te bieden kunnen planten goed gedijen.

Als je de parallel met het flatgebouw doortrekt, wordt ook duidelijk dat je niet moet spitten. Stel je voor als je een flatgebouw van 8 verdiepingen omdraait. Niets is meer op dezelfde plek. Het appartement dat je zorgvuldig had ingericht ligt op zijn kop. De muren zijn ingestort, waardoor er minder licht en zuurstof binnenkomt.
Hetzelfde gebeurt als je de grond omspit. Organismen die bovenin leven houden van licht en lucht. Ga je spitten dan komen ze ineens in een laag terecht waar weinig zuurstof en licht is. Hetzelfde geldt natuurlijk voor organismen die dieper in de bodem leven. Die zijn aan de zuurstofarme omstandigheden gewend. Voordat het evenwicht is hersteld ben je snel een paar maanden verder. Spitten is dan ook niet verstandig. Maar wat dan wel?

Huib heeft daarop het antwoord. Zorg dat de bodem van bovenaf gevoed blijft. Ieder najaar levert de Irado bij landvreugd een lading bladeren af die verzameld zijn in de straten van Schiedam. Deze bladeren legt hij op de groentebedden. Wormen en andere bodemdieren werken de bladeren naar beneden en maken daarbij gangen waardoor de grond luchtig word. Huib laat het verschil zien tussen de bodem van het permacultuurdeel en de traditionele moestuin. Duidelijk is te zien dat de bodem van het permacultuurdeel donkerder en losser is, door de bladeren die door de grond zijn gewerkt, en dat er meer lucht in zit, door de wormen die een gangenstelsel hebben achtergelaten. Een schepje gaat in het permacultuur gemakkelijk in de bodem. In het traditionele moestuindeel is de grond veel harder.
Ook ziekteverwekkers hebben hun functie. Een aantasting als meeldauw die je vanaf de late zomer op de courgette ziet is niets meer dan een opruimer. Het groeiseizoen voor de courgette zit erop. De plant kan afsterven en zijn voedingsstoffen teruggeven aan de bodem. Hiermee ontstaat een natuurlijke kringloop die de bodem voedt. Bestrijdingmiddelen zijn dan ook niet nodig als je zorgt voor een gezonde bodem. Sterker nog: door het gebruik van bestrijdingsmiddelen grijp je in in de natuur en dat tast het evenwicht aan waarnaar je moet streven in de tuin.

De principes die Huib liet zijn op Landvreugd zijn natuurlijk ook prima toe te passen in je eigen tuin. Als je de natuur meer vóór je laat werken, hoef je zelf minder hard te werken. En houd je meer tijd over om te genieten van je tuin.

De bodem is de basis

???????????????????????????????

De bodem is de basis. Zonder gezonde bodem geen welig tierende tuin. Maar hoe weet je nou of je een gezonde bodem hebt? En wat kan je eraan doen als de bodem niet gezond is?

Had je er in het afgelopen groeiseizoen last van? Bepaalde planten hadden het moeilijk. De bladeren waren gelig en groeiden niet goed. Het zou kunnen dat de zuurgraad van de bodem niet in orde is voor de planten die erin groeien. De pH van de meeste tuingrond ligt tussen de 4 en 8. Waarbij 4 extreem zuur is (fijn voor Rododendrons, heide en skimmia bijvoorbeeld) en 8 extreem basisch. Een pH waarde tussen de 5,5 en 6,5 is voor veel tuinplanten het prettigst.
Misschien is het een goed idee om een grondmonster te nemen. Vrijlwel elk tuincentrum verkoopt setjes waarmee je de zuurgraad van de bodem kunt bepalen.

Blijkt dat de grond te zuur is dan kun je kalk strooien. Dit is het ideale moment daarvoor (tot het vroege voorjaar). Grond die erg basisch is, is niet op zo’n eenvoudige manier te verbeteren. Toevoeging van ladingen tuinturf zou kunnen helpen. Maar vanuit duurzaamheidsoogpunt is dat beslist af te raden. Er worden  kostbare natuurgebieden voor afgegraven, waarbij veel CO2 vrijkomt. Je kan dan beter kiezen voor planten die van een basische  grondsoort houden zoals lavendel, buxus of sering. Plantentuin Esveld heeft een handige plantenzoeker, waarmee je planten op eigenschappen kunt selecteren.

Voor het bodemleven is het het beste als je het zoveel mogelijk met rust laat. Niet spitten dus!
En dat is dan weer goed nieuws voor je rug. Meer hierover in een volgend bericht.

 

Bespiegelingen in december

???????????????????????????????

December. Een heerlijke maand in de tuin …

om niets te doen.

Het tuinseizoen komt nu toch echt op zijn eind. De laatste dahliaknollen zijn uit de grond, het gras groeit nu echt niet meer, geen slakken meer te jagen of luizen te pletten:

Rust.

Maar als je dan toch aan de slag wilt: hier wat klussen waar je de maand mee doorkomt.

  • Heb je planten staan die niet winterhard zijn: dek ze af met fleecedoek, stromatten of ander ventilerend materiaal. Noppenfolie kan ook , maar wees er dan wel attent op dat het niet te vochtig wordt. Schimmels varen daar wel bij. De plant niet.
  • Te veel vocht is voor tuinplanten sowieso doodsoorzaak nummer een in de winter. Zorg dan ook dat potten op het terras voldoende kunnen afwateren. Zet ze op een kleine verhoging.
  • Zolang het niet vriest kan je appel- en perenbomen snoeien. Druiven moet je voor de kerst snoeien, om te voorkomen dat ze ‘doodbloeden’ doordat de sapstroom op gang is gekomen.
    Pruimen en kersen moet je nu juist weer niet snoeien. Daarmee kan je beter wachten tot het voorjaar (voor de bloei), omdat je anders kans hebt op loodglans.
  • Heb je een gazon? Hark dan gevallen boombladeren geregeld weg om te voorkomen dat het gras verstikt wordt. Loop niet op het gras als het gevroren heeft. Daarmee beschadig je de grasmat namelijk.
  • Vergeten bollen te planten? Kan gebeuren. Gebeurt mij ook weleens. Zolang de grond niet stijf bevroren is kan je ze best nog planten. Zoals Romke van der Kaa zegt ‘Alles kan wachten’.
  • Nu is het ook een prima tijd om te bouwen. Een schuurtje, kasje, composthoop. In het drukke tuinseizoen komt het er misschien niet van om hieraan te beginnen. Tussen sint, kerst en oud-en-nieuw door is er misschien nog wat tijd over voor dit soort klussen.

Zo toch nog wat te doen deze maand in de tuin. Uitrusten en plannen maken voor volgend jaar voor de kachel of open haard mag  natuurlijk ook. Dat ga ik in elk geval doen.