Zon of schaduw? Zoek het uit.

Daar sta je weer met een plantenlabel in je hand met allerlei symbolen. Je kent ze wel:

zon of schaduw

Je weet dat het eerste zonnetje staat voor een zonnige standplaats, het tweede voor halfschaduw en het derde voor schaduw. Maar wat betekenen die symbolen nu eigenlijk precies, en hoe weet je of je genoeg zon hebt om een zonaanbidder een goede plek te bieden (of genoeg schaduw om een plant die van diepe schaduw houdt tevreden te houden). Ik ga het je uitleggen. En precies op het goede moment, want de dagen rond 21 maart en 21 september zijn bij uitstek geschikt om vast te stellen hoeveel zon je in je tuin hebt. Want de hoeveelheid zon op die dagen is het uitgangspunt van de labelmakers geweest.

Bekijk dus je tuin op of rond 21 maart of 21 september en leg op een plattegrond van je tuin vast waar en hoelang de zon schijnt op verschillende plaatsen. Maak een zogenaamde zon- en schaduwkaart. Je kan dat bijvoorbeeld doen door om 9 uur, 1 uur en 5 uur te kijken.

Je krijgt dan een dergelijk plaatje:

zon en schaduwkaart

Je hebt nu in kaart gebracht hoe de zon door je tuin beweegt en kunt er bij het maken van je tuinontwerp rekening mee houden. Waar komt dat zonneterras en waar lees je op een zomerse lentedag je ochtendkrantje? Als je weet hoeveel zon er op welke plek komt, heb je een goede basis voor een vlekkenplan.

En nu terug naar het plantlabel:

  • Het deel van de tuin dat meer dan zes uur zon krijgt ligt in de volle zon.
  • Komt er tussen de zes en drie uur zon, dan heb je daar halfschaduw.
  • Met minder dan drie uur zon spreken we van een schaduwplek

Trouwens: schaduw in de tuin is helemaal niet erg. Ik heb hierover eerder geschreven:
Artikelen over schaduw in de tuin

Advertenties

Aardappelen : je hebt er geen tuin voor nodig

 

Aardappelen poten (5).jpg

Bij de Dordtse zaadhandelaar Vreeken was mijn oog gevallen op de ‘Swift’ en de ‘Red King Edward VII’. Een vroeg ras en een ras voor de hoofdteelt.

 

Dit weekend heb ik de eerste aardappelen gepoot.  Aardappelen kweken hoeft niet moeilijk te zijn. En je hebt er ook geen enorme tuin voor nodig. Op mijn volkstuin heb ik dan wel de ruimte, maar die gebruik ik liever voor andere zaken. Ik plant mijn aardappelen daarom altijd in grote potten of flexibele emmers (nu weer te koop bij de Action).
Daarbij gebruik ik de methode die Alys Fowler beschrijft in haar boek: de eetbare tuin. Ik plant de aardappelen in een laag grond van zo’n tien centimeter. Zodra de planten de kop boven de grond steken (zo’n tien centimeter), gooi ik er meer grond bij. Op die manier aard je de aardappelen aan en maakt de plant piepers over de hele lengte van ondergrondse stengel. Zet de pot in de volle zon en geef regelmatig water (en voor een grotere opbrengst zo nu en dan een kalimeststof, bijvoorbeeld die van Ecostyle).
Begint (na zo’n drie a vier maanden (afhankelijk van de soort aardappel en het weer)) het blad te verwelken, dan is het tijd om te oogsten. Je kiept de pot om en je kan de aardappelen rapen. Zo simpel is het.
Na de oogst kan je ervoor kiezen de pot te gebruiken voor een andere groente. Je doet dan het blad van de aardappelplant onderin de pot en doet de grond er weer in. Dan zaai je bijvoorbeeld radijs, sla of een andere snelgroeiende groente.
Nadat je deze in het najaar voor het laatst geoogst hebt, kan je de zelfde pot en grond nog een keer gebruiken door er een groenbemester (zoals Rogge) in te zaaien. Die laat je tot de lente in de emmer staan. Het graan ziet er mooier uit dan een kale bak en het is een plant die voedingsstoffen aan de grond afgeeft. Je graaft de rogge eenvoudigweg onder en de hele cyclus kan weer opnieuw beginnen. Niet met aardappelen overigens. Want dit is een plant waarbij het erg belangrijk is om aan teeltwisseling te doen om te voorkomen dat de gevreesde aardappelziekte toeslaat.
Je ziet. Aardappelen kweken is niet lastig, en kan eigenlijk overal. Wil je hulp bij het ontwerpen van een eetbare tuin? Neem dan contact met mij op.

 

 

 

 

 

Nu zaaien, of toch nog even wachten?

Ben je de winter ook zo beu? Het is heel verleidelijk om nu ál je zaaibakken en zaden tevoorschijn te halen en alvast te gaan zaaien. Maar probeer je in het houden en begin niet te vroeg. Anders zit je straks met een huis vol doorgeschoten slappe plantjes die nog niet naar buiten de tuin in mogen omdat er nog kans op vorst is.

IJsheiligen: geen ijzeren regel

De ijsheiligen vallen van 11 tot en met 14 mei. Na die datum is de kans op vorst klein en kunnen vorstgevoelige planten naar buiten. Alhoewel dit geen ijzeren regel is, is het wel goed om deze datum ongeveer aan te houden bij het plannen van je zaaiactiviteiten.
Hieronder een handige tabel waarin je van een aantal graag geplante planten in de moestuin en volkstuin
kunt zien wanneer je (uitgaande van de kiemtijden van de verschillende zaden en hun vorstgevoeligheid) het beste met zaaien kan beginnen.

Zaaitabel voor de moestuin

zaaitabel

Voor grote zaden, zoals die van pronkerwten, pompoenen of zonnebloem, kan je natuurlijk de zaaipotjes die je vouwt uit krantenpapier gebruiken waarover ik eerder een filmpje plaatste.

Ben jij al lekker aan het zaaien? En zo ja, wat? Laat je reactie hieronder achter.

Bespiegelingen in maart

zaaien

Maart. Een heerlijke maand in de tuin om …

te zaaien (met alles wat daarbij hoort (zaailabels knippen en zaaibakjes vouwen om maar wat te noemen)

Op een gegeven moment begint het te kriebelen. Althans zo is dat bij mij, en ik heb begrepen dat meer mensen er last van hebben. Dit weekend dus naar Vreeken (de zadenkoning uit Dordrecht) getogen om weer wat nieuwe zaden te kopen.

Elk jaar begint het bescheiden met twee bakjes in de vensterbank voor die zaden die graag een vroege start hebben. Maar naarmate de maand vordert komt daar steeds meer bij. Tot dat de katten geen plek meer hebben en het hogerop moeten zoeken. (Zou dat nou helpen die bovenwarmte?)

Kat broedt tomaten uit

Kat broedt tomaten uit

Om later nog te weten welke tomaat er nou in welk potje staat (ik heb nu zeven soorten die liggen te kiemen, voor de diehard tomatenkweker is dit een lachertje, die hebben er tientallen) heb je labels nodig. Veel labels. Ik knip die sinds jaar en dag uit de plastic Sultanadozen. Manlief is dol op deze rozijnen en ik op de dozen. Dat komt dus goed uit.

zaailabels van sultana dozen

En als dan al je potjes en bakjes waar je in kan zaaien op zijn, dan kan je altijd nog een stapel kranten pakken en zaaipotjes gaan vouwen. Heel therapeutisch en meditatief als je eenmaal door hebt hoe het moet en fijn voor planten die niet houden van wortelverstoring (zoals Lathyrus).

En dit is dan het eindresultaat.

Zaaipotjes in gebruik

Zaaipotjes in gebruik