Hoe verbeter ik de grond in mijn tuin?

pixabay spade

Deze kan je beter zo min mogelijk gebruiken

Als je vastgesteld hebt welke structuur de grond in je tuin heeft (kleine deeltjes = klei, grove deeltjes = zand (en alles wat daar tussenin zit)) kan je gaan bedenken hoe je de bodem kan verbeteren als dat nodig is.

De ideale grond is luchtig van structuur, bevat voldoende humus (plantenresten) en zit vol dierenleven. In een schepje grond leven miljarden organismen zoals bacteriën, schimmels, regenwormen en aaltjes. Zo’n levende bodem moet gevoed worden. Om goed te groeien hebben planten namelijk stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K) nodig. Stikstof zorgt voor een goede groei, fosfor bevordert de wortelvorming en kalium werkt positief op bloei en vruchtvorming, maar ook op de stevigheid van de plant. 

Bemesten met kunstmest is gemakkelijk, maar raad ik toch niet aan. Kunstmest voedt namelijk wel de planten, maar doet niets om het bodemleven te verbeteren. En van een levende bodem moet je het hebben in een tuin.
Organische mest (afkomstig van dieren en compost) voedt de bodem wel. Ook plantenresten die je tussen de planten laat liggen worden door de organismen in de bodem verteerd en omgezet in voeding voor de bodem. Niet te netjes tuinieren dus!

Organische mest werkt geleidelijk, maar langdurig. Dat komt doordat de voedingsstoffen eerst door het bodemleven moeten worden omgezet naar stoffen die de plant op kan nemen. Bij koud weer duurt dit langer dan ’s zomers; de tuin bemesten doe je daarom in de lente bijtijds, zodat de voedingsstoffen beschikbaar zijn als de planten beginnen te groeien.

Het mooie is dat dierlijke mest en compost zowel zand- als kleigrond verbeteren:

  • kleigrond wordt luchtiger en de drainage wordt verbeterd
  • op zandgrond worden water en voedingsstoffen beter vastgehouden.

Let erop dat in compost niet erg veel voedingsstoffen zitten, maar wel veel onmisbare sporenelementen. Ook is compost rijk aan organisch materiaal, dat uiteindelijk als humus in de grond terugkeert. Strooi compost royaal tussen de vaste planten; uiteindelijk zullen de wormen het door de toplaag werken.

Niet spitten!

Als je nu denkt dat je hard aan de slag moet en je in het zweet moet werken om al dat goede spul in de bodem te krijgen, lees dan verder. Spitten is niet nodig en zelfs schadelijk voor het bodemleven. Organismen die bovenin leven houden van licht en lucht. Ga je spitten dan komen ze ineens in een laag terecht waar weinig zuurstof en licht is. Hetzelfde geldt natuurlijk voor organismen die dieper in de bodem leven. Die zijn aan de zuurstofarme omstandigheden gewend. Voordat het evenwicht is hersteld ben je snel een paar maanden verder.

Wat dan wel? Laat de bodem rusten en voedt de bodem van bovenaf. Het bodemleven zorgt dat de mest of compost verteerd wordt en omgezet in voeding voor de bodem en de planten.

Ik schreef eerder over dit onderwerp: niet spitten, maar laten rusten

Dit artikel is onderdeel van de serie ‘de mythe van de groene vingers’.

 

 

Advertenties

De mythe van de groene vingers

20140503_141156
Als ik mensen vertel dat ik tuinontwerper ben, krijg ik vaak de vraag: “dan heb je zeker wel groene vingers”. Uhm. Nou nee! Ik heb helemaal geen groene vingers. Sterker nog, ik heb het idee dat mensen met groene vingers helemaal niet bestaan. Heb jij ze weleens gezien dan, mensen die letterlijk groene vingers hebben? Nee toch? Nagels met rouwranden. Dat wel. Maar groene vingers? Nee, die bestaan niet!

Er wordt vaak onnodig moeilijk gedaan over groen. En als een tuin er goed uitziet en de planten er gezond bij staan, dan heeft de tuineigenaar vast groene vingers (of een leger aan tuinmannen met groene vingers). Hoe kan het anders allemaal zo florissant bij staan.

Ik ga daar in de komende serie een boekje over open doen. Dat planten goed groeien heeft namelijk niets te maken met groene vingers, maar alles met de juiste plant op de juiste plaats. Mensen met een mooie tuin hebben dus geen groene vingers. Ze hebben iets heel anders: ze hebben een groen brein. Ze kunnen zich verplaatsen in planten en dat wat ze nodig hebben.
Dat kan jij ook, want er zijn een aantal zaken waaraan je kan zien op welke plek een plant zich thuisvoelt. Als je dat eenmaal doorhebt, krijg jij ook een groen brein en kan je zonder groene vingers toch een mooie tuin maken.

Deel 1: de grond is de basis. Hoe weet ik welke grondsoort ik heb?
Deel 2: de grond is de basis. Hoe verbeter ik mijn grond?
Deel 3: de grond is de basis. Composteren dus, maar hoe maak ik compost?

 

Een slimme regenton tegen wateroverlast

Vandaag is er een slimme regenton in mijn achtertuin geplaatst. Wat kan er nou slim zijn aan een regenton zou je zeggen. Dat ga ik je uitleggen.

De slimme regenton is ontworpen door Studio Bas Sala. Net als een gewone regenton vangt de slimme regenton water op dat via de hemelwaterafvoer van het dak van het huis afkomt. Het slimme zit erin dat de regenton met het internet is verbonden. Via een webapplicatie krijgt de ton het plaatselijke weerbericht binnen. Daarnaast zit er een sensor in de ton die meet hoe vol hij is.

Komt er nu een hele heftige regenbui aan, en is de regenton vol, dan krijgt de ton een signaal en loopt hij leeg voordat de regenbui valt. Hij is dan weer beschikbaar om water op te vangen. De piekbelasting voor het riool wordt daardoor verlaagd. En dat is gunstig, omdat juist bij enorme hoosbuien de riolering in stedelijke gebieden al het water niet aan kan.

Met een app en de daaraan gekoppelde website kan je de waterhuishouding in je tuin volgen en zie je hoeveel liter water er minder het riool in gaat tijdens een hoosbui dankzij jouw regenton. De energie die hiervoor nodig is wordt geleverd door een zonnepaneeltje.

De slimme regenton wordt nu in een pilotproject geplaatst in twee buurten in Schiedam-West (een wijk waar het risico op een overbelast riool groot is). Het project is een samenwerkingsverband tussen de gemeente Schiedam en het hoogheemraadschap Delfland. Door mijn betrokkenheid bij groen in de stad ben ik in aanraking gekomen met dit project en mocht ik begin mei gastvrouw zijn van de bijeenkomst waarin de slimme regenton bij mij en mijn buren is geïntroduceerd. De avond was een succes en alle aanwezigen hebben voor een slimme regenton gekozen.

Van mij mag het nu gaan regenen. Ik wil zien wat ik met mijn slimme regenton op een innovatieve manier bijdraag aan het tegengaan van wateroverlast.

 

 

 

Nu voorjaarsbollen planten?

weersvoorspelling-half-december-jpg

Bloembollen plant je in september en oktober; in november op zijn laatst, en niet in december. Dat zal menig doorgewinterd tuinier je vertellen. Ik ben het daar niet mee eens. Het is een goed idee om nu nog voorjaarsbollen te planten. En wees er vooral niet zuinig mee, want van vroegbloeiende voorjaarsbollen kan je er niet genoeg hebben. Waarom dat zo is?

Allereerst kan je je met het uitpakken van de pakketten van voorjaarsbollen al vast verheugen op het vroege voorjaar; de tijd waarin je de planten uit de grond zou willen kijken, en nog niet zo heel veel in de tuin hoeft te doen. Het harde werken komt later wel.

Een andere reden om voorjaarsbollen te planten is het feit dat veel voorjaarsbollen vroeger bloeien dan veel andere tuinplanten. Denk maar aan de krokus (Crocus vernus), het sneeuwklokje (Galanthus nivalis), lenteklokje (Leucojum vernum) en de winterakoniet (Eranthis hyemalis). Deze bollen kunnen al in januari bloeien en gaan daar mee door tot in maart. Dit is ook de periode waarin de eerste hommelkoninginnen uit hun winterslaap ontwaken en hard aan wat stuifmeel toe zijn.

We weten allemaal dat het niet goed gaat met de honingbij. Maar ook wilde bijen, hommels en zweefvliegen hebben het niet gemakkelijk. Deze insecten hebben een belangrijke functie in de natuur en dus ook in je tuin. Ze zorgen niet alleen voor bestuiving, maar een aantal zorgen ook voor de bestrijding van ongedierte zoals bladluizen en witte vlieg.

Kortom allemaal redenen om nu nog voorjaarsbollen te planten. En voor het weer hoef je het niet te laten. Het gaat voorlopig niet vriezen (zie afbeelding). En mocht de vorst toch nog invallen, dan kan je zodra de grond weer te bewerken is alsnog je bollen planten.

krokus-pixabay

 

 

 

 

Voortuin met waterberging

Voortuinen in steden zijn vaak niet groen. Voor het gemak kiezen mensen vaak voor een betegelde voortuin. Dat is jammer, want een betegelde voortuin is in veel gevallen helemaal niet onderhoudsvriendelijker dan een beplante voortuin. Denk alleen maar aan het gras en onkruid dat tussen de voegen van tegels kan groeien, en de groene aanslag, die met name bij tuinen die in de schaduw liggen ernstige vormen kan aannemen. Dat maakt de tuin wel groen, maar niet per se aantrekkelijk.

Een ander nadeel van betegelde voortuinen is dat het water dat op een betegelde voortuin valt voor een groot deel in het riool terecht komt. In een beplante tuin wordt dit water opgenomen door de aarde. De overbelasting van het riool is in veel steden een probleem.

Wil je echt duurzaam bezig zijn, en het riool ontlasten, dan kun je ervoor kiezen om voor waterberging in de tuin te gaan. De regenpijp wordt dan afgekoppeld van het riool, en het water dat op het dak van het huis valt, gaat (bijvoorbeeld via een waterwerk) de tuin in. In sommige gemeenten wordt waterberging in de tuin ook gesubsidieeerd.

Hieronder twee schetsen van een voortuin met waterberging. Het water gaat via een waterwerk en een gootje naar een grindkoffer in de grond. Hier wordt het overtollige water opgevangen en langzaam afgegeven aan de grond. Vanaf de bovenkant is deze grindkoffer niet te zien, omdat je de bodem hier gewoon kan laten begroeien.

Vind jij het een goed idee: waterberging in je eigen voor- of achtertuin?

 

 

Composthoop starten

De vroege lente, van februari tot april, is de ideale periode om een composthoop op te starten. Hoe groot die composthoop moet worden is afhankelijk van de grootte van de tuin. Maar in het algemeen geldt wel, hoe groter de hoop, hoe sneller het materiaal dat je verzamelt composteert. Een grote composthoop ontwikkelt namelijk meer warmte dan een kleine.

Je begint met het verzamelen van grof materiaal (snoeihout of plantenstengels). Dit vormt de onderste laag, die in contact moet staan met de grond. Een composthoop bouw je dus niet op tegels.
Daarna bouw je de hoop in laagjes op, door verschillende soorten afval af te wisselen. Voor een goede structuur en voldoende luchtigheid vermeng je zoveel mogelijk ‘groen’ en ‘bruin’ afval.
‘Groen afval’ is keukenafval en vers tuinafval (grasmaaisel, onkruid, planten, etc). ‘Bruin afval’ is snoeihout, herfstbladeren, gedroogd grasmaaisel, papier, etc.
Na enkele weken zet je de composthoop om, zodat alles door elkaar gemengd wordt. Na ongeveer zes maanden is de eerste compost klaar voor gebruik.
Als je een composthoop goed opbouwt en op de juiste plek neerzet, hoort hij niet te stinken. Een composthoop zet je niet in de volle zon en ook niet in de schaduw. Ongeveer drie uur zon op de hoop is het beste.

Op de website van Milieu Centraal vind je nog meer composteertips met onder meer een overzicht van wat wel en niet op de composthoop mag.

 

Help egels de winter door

Tussen eind november en eind december gaan egels in winterslaap.  Vermoed je een egel in (de buurt van) je tuin dan kan je ze helpen door een egelhuis neer te zetten. Nu is een goed moment daarvoor, maar omdat egels gedurende de winter nog weleens verkassen, kan het de hele winter zinvol zijn om een egelhuis te plaatsen.
Gekocht in de winkel of zelfgemaakt, dat maakt niet zoveel uit.
Wil je zelf aan de slag dan moet je hieraan denken:
Timmer de slaapplek van dik hout (min 20 mm).
Het formaat van het hoofdverblijf: ca. 30x50x30 cm (hxbxd)
In de brede wand maak je een opening van 15×15 cm waar de toegangstunnel op aansluit.
Maak een toegangtunnel van 15×15 cm (hxb) en 30 cm lang. Zo’n toegangstunnel voorkomt dat ongewenste indringers zoals vos of das in het huis komen en houdt tocht tegen.
Vul het hoofdverblijf voor de helft met droog blad en hooi.
Dit is een basismodel voor een egelhuis. Op de site van de egelbescherming vind je nog veel meer informatie. Onder andere wat je kan doen als je in de winter een ondervoede egel vindt.

Geef het egelhuis een plek in een rustig deel van je tuin en camoufleer het voor een deel met bladeren en takken. En nu rustig afwachten tot het huis bewoond gaat worden.