Tuinieren rond de kortste dag: daar word ik blij van

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Vandaag is het de kortste dag. Een prima dag om je tuin in te gaan. Waarom zou je rond deze dag gaan tuinieren zal je misschien zeggen? Juist omdat dit ook de tijd is waar somberheid op de loer kan liggen. Talloze onderzoeken hebben aangetoond dat verse buitenlucht en vooral daglicht deze somberheid kan helpen verminderen of zelfs voorkomen. Hoe dat zit?

Onder invloed van zonlicht wordt serotonine, melatonine en vitamine D aangemaakt. Stofjes die je helpen om je goed te voelen.
Het mooie van tuinieren is dat het een dubbel effect heeft. Je bent in de buitenlucht, waardoor deze gunstige stofjes worden aangemaakt, en je wroet bij voorkeur ook nog wat in de aarde. En hierbij komen dan door een bepaalde bacterie in de aarde (de Mycobacterium vaccae om precies te zijn) weer extra serotonine vrij. Verschillende onderzoeken hebben dit laten zien. Hoe actief deze bacterie bij lage temperaturen is, vertelt het verhaal overigens niet.

Er zijn nog meer manieren waarop tuinieren je stemming kan verbeteren. Zeker als je in de winter in de tuin aan de slag gaat, wil je niet stilzitten. Je móet wel flink in beweging blijven om het niet koud te krijgen. En ook bewegen is goed tegen somberheid. Het zorgt voor de aanmaak van neurotransmitters in de hersenen en stimuleert de groei van nieuwe verbindingen tussen hersengebieden. Erik Scherder (je kent hem vast van De Wereld Draait Door) schreef erover in ‘Het fitte brein’. Bewegen kan je natuurlijk in de sportschool doen, maar ook in je tuin kan je in de winter aan de slag. Zet de composthoop om, bouw vogelhuisjes, maak stapelmuurtjes: kortom pak die klus aan waar je in de drukke lente- en zomermaanden niet aan toekomt. Of wat dacht je van een bezoek aan een kwekerij of arboretum. Ook in de winter de moeite waard. Wel flink doorstappen dan.

Wat helemaal mooi is, is samen met anderen aan de slag te gaan. Want we zijn nu eenmaal sociale dieren. En menselijk contact helpt ook om je beter te voelen. Dus wat let je. Ga naar buiten; de straat op, plant een bak vol met winterviolen en ontmoet je buren. Ik word nu al vrolijk van de gedachte. Jij ook?

Tuinieren in de winter pinterest.png

 

 

Advertenties

Nu voorjaarsbollen planten?

weersvoorspelling-half-december-jpg

Bloembollen plant je in september en oktober; in november op zijn laatst, en niet in december. Dat zal menig doorgewinterd tuinier je vertellen. Ik ben het daar niet mee eens. Het is een goed idee om nu nog voorjaarsbollen te planten. En wees er vooral niet zuinig mee, want van vroegbloeiende voorjaarsbollen kan je er niet genoeg hebben. Waarom dat zo is?

Allereerst kan je je met het uitpakken van de pakketten van voorjaarsbollen al vast verheugen op het vroege voorjaar; de tijd waarin je de planten uit de grond zou willen kijken, en nog niet zo heel veel in de tuin hoeft te doen. Het harde werken komt later wel.

Een andere reden om voorjaarsbollen te planten is het feit dat veel voorjaarsbollen vroeger bloeien dan veel andere tuinplanten. Denk maar aan de krokus (Crocus vernus), het sneeuwklokje (Galanthus nivalis), lenteklokje (Leucojum vernum) en de winterakoniet (Eranthis hyemalis). Deze bollen kunnen al in januari bloeien en gaan daar mee door tot in maart. Dit is ook de periode waarin de eerste hommelkoninginnen uit hun winterslaap ontwaken en hard aan wat stuifmeel toe zijn.

We weten allemaal dat het niet goed gaat met de honingbij. Maar ook wilde bijen, hommels en zweefvliegen hebben het niet gemakkelijk. Deze insecten hebben een belangrijke functie in de natuur en dus ook in je tuin. Ze zorgen niet alleen voor bestuiving, maar een aantal zorgen ook voor de bestrijding van ongedierte zoals bladluizen en witte vlieg.

Kortom allemaal redenen om nu nog voorjaarsbollen te planten. En voor het weer hoef je het niet te laten. Het gaat voorlopig niet vriezen (zie afbeelding). En mocht de vorst toch nog invallen, dan kan je zodra de grond weer te bewerken is alsnog je bollen planten.

krokus-pixabay

 

 

 

 

Vogels in de tuin : wie eet wat?

Vogels voeren is zeker in de winter een dankbare taak. Vogels verbruiken veel energie en zijn bijna de hele dag in de weer om voedsel te verzamelen. Als de dagen kort en de nachten lang zijn, hebben ze daar minder tijd voor. ’s Ochtends rammelen ze dan ook van de honger.
Het is daarom goed ’s ochtendsvroeg al voer klaar te hebben staan.
Maar welke vogel eet nu eigenlijk wat? Hierna een overzicht (met dank aan de vogelbescherming).

Merel, kramsvogel, koperwiek, zanglijster en spreeuw
Brood – gewelde krenten of rozijnen – kaasresten (zonder korst) – (onbespoten) gesneden fruit – schillen en klokhuizen – alle soorten bessen – etensresten als gekookte rijst of aardappelen (zonder zout)
Deze vogels eten van een strooiplaats op de grond.

Koolmees, pimpelmees, zwarte mees en staartmees
Vetbollen – ongebrande pinda’s – gehalveerde kokosnoot – zaden – zonnepitten – pompoenpitten
Voeren op de voedertafel of in het voederhuisje, en ophangen in bomen of struiken.

Specht, boomklever en boomkruiper
Ongezoute pinda’s en noten – vetbollen – zonnepitten – kaas zonder korst – ongezouten pindakaas (aan een boom gesmeerd)
Op een rustige plek vastmaken aan een boomstam.

Huismus, ringmus, vink en groenling
Bruin brood – gemengd strooizaad – zonnepitten – etensresten (zonder zout)
Op de grond strooien of op een royale voedertafel.

Winterkoning, heggemus en roodborst
Meelwormen – broodkruimels – maden en larven – ongekookte havermout
Dit is een lastige groep vogels om te voeren. Het zijn kieskeurige en vaak schuwe insecteneters. Op de voedertafel komen ze niet graag. Zet het voer in schaaltjes onder heggen of struiken.

Vogel in je tuin pinterest.png

Composteren : goed voor jezelf en voor je tuin

Composthoop gemaakt van pallets

Composthoop gemaakt van pallets

Wie tuiniert, maakt afval. Dat wil zeggen: tuinafval. Je kan dit afval natuurlijk meegeven aan de plaatselijke reinigingsdienst. Beter voor de tuin, en handiger voor jezelf is het om het te composteren. Niet alleen tuinafval kan je op een composthoop verwerken, maar ook allerlei fruit- en groenteafval uit je keuken. Zelfs papier en karton kan je erop kwijt. Maar alles met mate natuurlijk.

Heb je nog geen composthoop, dan kan je nu alvast gaan bedenken waar je die kwijt zou kunnen in je tuin. De vroege lente, van februari tot april, is de ideale periode om een composthoop op te starten. Hoe groot die composthoop moet worden hangt af van de grootte van de tuin. Maar in het algemeen geldt, hoe groter de hoop, hoe sneller het materiaal dat je verzamelt composteert. Een grote composthoop ontwikkelt namelijk meer warmte dan een kleine.

Je begint met het verzamelen van grof materiaal (snoeihout of plantenstengels). Dit vormt de onderste laag, die in contact moet staan met de grond. Een composthoop bouw je dus niet op tegels.
Daarna bouw je de hoop in laagjes op, door verschillende soorten afval af te wisselen. Voor een goede structuur en voldoende luchtigheid vermeng je zoveel mogelijk ‘groen’ en ‘bruin’ afval.
‘Groen afval’ is keukenafval en vers tuinafval (grasmaaisel, onkruid, planten, etc). ‘Bruin afval’ is snoeihout, herfstbladeren, gedroogd grasmaaisel, papier, etc.
Na enkele weken zet je de composthoop om, zodat alles door elkaar gemengd wordt. Na ongeveer zes maanden is de eerste compost klaar voor gebruik.
Als je een composthoop goed opbouwt en op de juiste plek neerzet, hoort hij niet te stinken. Een composthoop zet je niet in de volle zon en ook niet in de schaduw. Ongeveer drie uur zon op de hoop is het beste.

Op de website van Milieu Centraal vind je nog meer composteertips met onder meer een overzicht van wat wel en niet op de composthoop mag.